Elektrisch laden op eigen terrein kan meer opleveren dan alleen lagere energiekosten. Voor veel ondernemers klinkt het als iets nieuws en ongrijpbaars: "gratis geld" waar ze sceptisch over zijn. Maar dankzij emissiereductie-eenheden (ERE's) kunnen bedrijven juist een extra vergoeding ontvangen voor de elektriciteit die ze aan elektrische voertuigen leveren. En wanneer je daarvoor eigen zonne-energie gebruikt, kan die vergoeding aanzienlijk hoger uitvallen. Hoe werkt dat precies? En wat betekent het voor de businesscase van jouw laadplein?
ERE staat voor emissiereductie-eenheid. Het is een verhandelbaar certificaat dat gekoppeld is aan de vermindering van broeikasgasuitstoot door het gebruik van duurzamere energie in vervoer. Het systeem bouwt voort op de eerdere regeling voor hernieuwbare brandstofeenheden (HBE's).
Het principe is relatief eenvoudig. Brandstofleveranciers moeten bijdragen aan de verduurzaming van vervoer. Daarvoor kunnen zij onder andere certificaten inkopen die ontstaan door het leveren van elektriciteit aan elektrische voertuigen. Voor elke geregistreerde hoeveelheid duurzaam geladen energie krijg je een certificaat. Dat certificaat wordt toegekend aan de eigenaar van de netaansluiting waar geladen wordt. Oftewel: de eigenaar van de laadinfrastructuur. De toekenning gebeurt op basis van de kilowatturen die je hebt geregistreerd.
En de regel is eenvoudig: hoe groener de stroom, hoe meer het oplevert. Zo ontstaat een financiële vergoeding voor bedrijven die elektrisch laden mogelijk maken. Voor transporteurs met eigen laadinfra kan dat een interessante aanvullende inkomstenbron zijn.
De opbrengst hangt onder andere af van de herkomst van de geladen elektriciteit en de marktwaarde van de certificaten. In een rekenvoorbeeld rekenen we met ongeveer €0,12 per geladen kWh bij netstroom. Bij aantoonbaar zelfopgewekte hernieuwbare elektriciteit kon die vergoeding oplopen tot ongeveer €0,24 à €0,25 per kWh.
Dat verschil ontstaat doordat de regeling rekening houdt met de duurzaamheid van de elektriciteit. Voor netstroom wordt een vastgesteld aandeel hernieuwbare energie gebruikt. In het besproken referentiejaar bedroeg dat 50,5%. Aantoonbaar eigen opgewekte zonnestroom kan daarentegen voor 100% meetellen. Daardoor kan de ERE-opbrengst per kWh bij eigen zonne-energie bijna verdubbelen.
Belangrijk: dit zijn indicatieve marktwaarden uit een rekenvoorbeeld, geen gegarandeerde tarieven. De werkelijke opbrengst is afhankelijk van de geldende regels, actuele certificaatprijzen en de hoeveelheid elektriciteit die daadwerkelijk kan worden ingeboekt.
De ERE’s worden betaald door de brandstofleveranciers. In elke liter diesel en benzine zit al tien jaar lang een opslag, omdat brandstofleveranciers verplicht certificaten moeten kopen. Dat geldt voor ERE’s (elektrisch), maar bijvoorbeeld ook voor biodiesel, dat volgens hetzelfde principe werkt.
Het mechanisme komt er dus op neer dat er geld stroomt van de vervuiler - degene die diesel tankt - naar degene die duurzaam rijdt en laadt. Je ontvangt dat geld netto op je rekening.
Hier wordt het interessant. Als je laadt met netstroom, levert een ERE op dit moment ongeveer € 0,12 per kilowattuur op (netto op je rekening). Voor veel bedrijven betekent dat ruwweg een halvering van hun energiekosten.
Maar als je laadt met je eigen opgewekte stroom (van je eigen zonnepanelen of wind) telt dat als 100% ERE’s, en dan verdubbelt de opbrengst naar ongeveer € 0,24 tot € 0,25 per kilowattuur.
Waarom die verdubbeling? Het CBS bepaalt jaarlijks hoe duurzaam het Nederlandse stroomnet gemiddeld is. Voor het referentiejaar is dat vastgesteld op 50,5%. Netstroom telt dus voor iets meer dan de helft als "groen". Gebruik je echter je eigen zonne- of windstroom direct in je voertuig, dan telt die voor 100%. Het verschil tussen 50,5% en 100% is grofweg een verdubbeling en dat vertaalt zich direct in een verdubbeling van je inkomsten.
Het korte antwoord: nee. Het draait om gelijktijdigheid: de energie die je opwekt moet je op hetzelfde moment (per uur gemeten) ook daadwerkelijk in je voertuigen laden.
Stel: je hebt een groot zonnedak op je distributiecentrum en meerdere elektrische trucks die iedere nacht op het depot worden geladen. Overdag produceren je zonnepanelen elektriciteit. Maar je trucks zijn dan onderweg. Wanneer de voertuigen 's avonds terugkeren, is de zonneproductie grotendeels voorbij. Je hebt dus wel eigen duurzame energie, maar je gebruikt die niet op hetzelfde moment waarop je de trucks laadt.
En dat is relevant voor de ERE-vergoeding. Om de hogere vergoeding voor eigen opwek te ontvangen, moet je kunnen aantonen hoeveel zelfopgewekte hernieuwbare elektriciteit daadwerkelijk is gebruikt om voertuigen te laden. Alleen het bezit van zonnepanelen is daarvoor niet voldoende.
Batterijopslag maakt zonnestroom ook 's nachts beschikbaar
Een batterij kan dat verschil overbruggen. Overdag sla je overtollige zonnestroom op. Wanneer de trucks 's avonds en 's nachts terugkeren, gebruik je die opgeslagen energie om de voertuigen te laden. Zo kun je eigen zonne-energie benutten op momenten waarop je die het hardst nodig hebt.
Dat heeft twee mogelijke financiële voordelen.
Je hoeft minder elektriciteit van het net in te kopen.
Daarnaast kan de opgeslagen zonnestroom, mits aan de voorwaarden wordt voldaan en de herkomst aantoonbaar is, meetellen voor de hogere ERE-vergoeding. Daarmee krijgt een batterij een extra functie in de businesscase: naast het vergroten van de laadcapaciteit en het optimaliseren van energiekosten kan batterijopslag ook bijdragen aan hogere inkomsten uit ERE's.
Hiervoor nemen verschillende configuraties voor een fictief transportdepot die we doorrekenen. Bij een systeem dat uitsluitend netstroom gebruikt, komen de netto laadkosten na verrekening van de aangenomen ERE-opbrengsten uit op ongeveer €0,09 per kWh.
Wanneer alleen een batterij wordt toegevoegd, stijgen de netto kosten in het voorbeeld naar €0,14 per kWh. De extra investering wordt dan nog niet voldoende gecompenseerd door lagere energiekosten of hogere ERE-inkomsten. Maar zodra zonnepanelen worden toegevoegd en opgeslagen zonnestroom wordt ingezet voor het laden, verandert de rekensom. De netto laadkosten dalen in dat scenario naar ongeveer €0,10 per kWh.
In het meest uitgebreide scenario, met extra beschikbare netcapaciteit, kan het depot zelfs drie keer zoveel trucks laden als in de beginsituatie, tegen lagere netto kosten per kWh. Dat laat zien waarom je ERE-inkomsten niet los moet beoordelen van het volledige energiesysteem.
In het webinar “Elektrificeren doorgerekend”, bekijk je de hele berekening en uitleg terug.
Om optimaal gebruik te maken van ERE's moet je niet alleen weten hoeveel elektriciteit je verbruikt, maar ook waar die vandaan komt en wanneer deze wordt gebruikt. Daar komt slimme energiesturing om de hoek kijken.
Het Energy Management System stuurt de verschillende energie-assets op het depot aan. Daarbij houdt het rekening met de laadbehoefte van de trucks, beschikbare zonne-energie, batterijcapaciteit en de geldende netlimieten.
Ook de potentiële waarde van ERE's kan worden meegenomen in de optimalisatie. De gegevens over energieopwek, opslag en laden worden vervolgens beschikbaar gemaakt voor de administratieve verwerking door een inboekdienstverlener. Die zorgt voor de verwerking van de relevante gegevens en de naleving van de administratieve voorwaarden. Zo komen technische optimalisatie en de financiële opbrengsten uit ERE's samen.
ERE's op basis van netstroom kunnen ook bij relatief kleine laadvolumes interessant zijn. Voor de hogere vergoeding voor eigen zonne-energie ligt dat anders. Daarvoor zijn aanvullende metingen en administratieve processen nodig. Die brengen kosten met zich mee. De businesscase wordt daarom vooral interessant wanneer er voldoende eigen zonne-opwek en laadvolume aanwezig zijn.
Voor transportbedrijven die voornamelijk 's nachts laden, speelt batterijopslag vaak een belangrijke rol. Zonder batterij is de overlap tussen zonneproductie en laadmomenten meestal beperkt. De vraag is dus niet alleen hoeveel zonnepanelen of laadpunten je hebt, maar hoeveel van je eigen zonnestroom je daadwerkelijk kunt inzetten voor elektrisch vervoer.
Voor transportbedrijven verandert de rol van hun energie-infrastructuur. Een laadplein is niet langer alleen een voorziening die elektriciteit verbruikt. Het kan ook een systeem worden waarmee je energie slim inkoopt, opslaat, benut en aanvullende inkomsten genereert.
ERE's kunnen daarin een aanzienlijk verschil maken. Maar het rendement ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om een goede afstemming tussen de laadbehoefte, de energie-assets, de aansturing en de administratie.
Wie zijn laadplein vanaf het begin als één geïntegreerd energiesysteem ontwerpt, kan niet alleen goedkoper laden, maar ook meer waarde halen uit iedere geladen kilowattuur.