Elektrische vrachtwagens laden op eigen depot
.jpg?width=1600)
De vraag naar elektrische trucks is enorm. Na livegang van de AanZET-subsidie voor de aanschaf van elektrische vrachtwagens eind 2026, werd er in één dag voor zo'n honderd miljoen euro aangevraagd. De sector wil dus duidelijk vooruit. Maar elke truck die je aanschaft, wil je ook laden en het liefst op je eigen depot. En juist daar zit voor veel transportbedrijven de grootste uitdaging. Ongeveer negentig procent van de transportbedrijven heeft een netaansluiting die te klein is voor de energiebehoefte van nu, laat staan voor die van over vijf jaar.
Op depot laden: grip op je laadkosten
De belangrijkste reden om op depot te laden is simpel: grip op je kosten. Laden op je eigen terrein is op dit moment fors voordeliger dan onderweg laden. Reken op zo'n € 0,10 tot € 0,30 per kilowattuur op je depot, tegenover € 0,30 tot soms wel € 0,70 als je het onderweg moet doen. Als je dat verschil vermenigvuldigt met het aantal kilometers dat een truck per jaar rijdt, kan het verschil oplopen tot tienduizenden euro's per truck per jaar.
Het mooie is dat elektrische trucks er vaak perfect voor zijn ingericht. Veel voertuigen die nu van diesel naar elektrisch worden vervangen, komen elke dag of elke nacht terug op het depot en staan daar een aantal uren stil. Dat is precies het moment om ze te laden. Je hoeft dan onderweg geen laadstop in te plannen, wat naast financiële ook operationele voordelen oplevert: je chauffeur kan gewoon doorrijden.
Wat komt allemaal kijken bij elektrisch laden op eigen depot?
Vroeger was laden eenvoudig. Een dieseltank in de grond, een paar pompen, en elke truck kon zo voltanken. Moest je onderweg tanken, dan reed je naar een tankstation en een paar minuten later was je weer op pad. Veel viel er niet te optimaliseren; hooguit maakte je wat volumeafspraken met je leverancier voor een paar cent korting per liter.
Met elektrisch laden verandert dat volledig. Je moet nadenken over een flinke lijst aan componenten:
-
Laadpalen, uiteraard, afgestemd op het aantal en type voertuigen.
-
Zonnepanelen op het dak om zelf stroom op te wekken.
-
Mogelijk een transformator en een gesprek met je netbeheerder over een grotere of flexibele netaansluiting.
-
Een batterij om energie te bufferen en hiervan zijn inmiddels talloze aanbieders.
En misschien wel het meest cruciale onderdeel: een EMS, oftewel energiemanagementsoftware.
Het EMS: het kloppend hart van je energiesysteem
Al die losse onderdelen - laadpalen, zonnepanelen, batterij - zijn niet vanzelf ontworpen om met elkaar samen te werken. Individueel zijn het geen slimme apparaten; het zijn stuurbare assets die pas waarde leveren als iets ze vertelt wat ze moeten doen. Dat is de rol van het EMS.
Het EMS zorgt dat alle componenten met elkaar communiceren en soepel op elkaar zijn afgestemd. Dat wordt steeds belangrijker, want met de huidige netcongestie, de sterk wisselende energieprijzen gedurende de dag en straks mogelijk dynamische netbeheertarieven, is slim aansturen noodzaak.
Toch is het allerbelangrijkste niet eens de optimalisatie. De grootste zorg van elke transporteur is: staan mijn voertuigen 's ochtends klaar met voldoende lading om hun rit te rijden? Stilstand is een absolute no-go. Een EMS heeft daarom twee taken: kosten optimaliseren en bovenal zorgen voor robuustheid en betrouwbaarheid
Toekomstbestendig laadplein
Een eigen laadplein inrichten vraagt om investeringen in dure apparatuur. Om daar maximaal rendement uit te halen, moet je systeem goed samenwerken, toekomstgericht zijn en binnen je aansluiting blijven. Daarnaast moet je concurrerend zijn, want je concurrent zit waarschijnlijk niet stil. Wie zijn systeem slim inricht, kan zijn kosten lager houden dan de rest en dat is precies waar je het verschil maakt.
Kijk dus niet alleen naar het komende jaar, maar maak een visie voor de langere termijn. Hoeveel trucks wil je uiteindelijk op eigen depot laden? Een goed ontworpen laadplein geeft je grip op je kosten, nu en in de toekomst. De ERE-regeling is bovendien een flinke financiële stimulans om die stap nú te zetten.
